Home
Woonzorgcentrum Beringen

Situering: Voormalige mijnsite Beringen

Opdrachtgever: Senior Living Group

Studiebureaus: Stubeco (stabiliteit), Boydens (technieken)

Architect: A33 architecten

Opdracht: Woonzorgcentrum 120 kamers, 10 serviceflats, gemeensch. diensten

Uitvoering: 2012

Kostprijs: 12.400.000,00

Op de rand van de voormalige mijnsite te Beringen Mijn, in het woonuitbreidingsgebied tussen de mijngebouwen en de Stationsstraat, voorzien het masterplan en het verkavelingsplan (opgemaakt door A33) in de realisatie van een woonzorgcentrum. Het is een bijzonder onderdeel, het pilootproject, van een nieuwe woonwijk die de mijnsite binnen Beringen Mijn moet integreren.

Zijn positie op de hoek van de Stationsstraat en van het ‘Sporenpark’ (een park in het masterplan dat de footprint van de oude sporenbundel – steenkool werd per spoor getransporteerd – overneemt) is strategisch en zichtbaar. De Parklaan, die toegang geeft tot een later te ontwikkelen meer suburbane achterliggende wijk bij de Terril, bakent het perceel verder af.
De contour van het gebouw volgt in eerste instantie de randen van het beschikbare terrein (enkel aan de Parklaan neemt het gebouw meer afstand voor een bezoekersparking). Dat resulteert in een gebogen gevel aan het Sporenpark. De gebogen gevel begeleidt het oog langsheen de toekomstige, aanleunende serviceflats naar het historische steenkoolwasserijcomplex, naar de bijhorende indikkers en naar de terril van de mijnsite.
Structurerend voor het ontwerp is de keuze voor maximalisatie van zichtrelaties en van doorsteken naar het Sporenpark.
Een groot binnenhof creëert een zichtlijn en een open corridor vanaf de inkomzone (aan de Parklaan) tot in het Sporenpark. Daartoe is de foyer- en dienstenvleugel royaal beglaasd en is er een grote uitsnijding op het verhoogd gelijkvloers in de gebogen gevel aan het park. Foyer, restaurant en bar geven via terrassen uit op deze groene open ruimte.
Aansluitend is een eerste woonafdeling gesitueerd rond een tweede kleinere binnentuin die als patio dient voor de dementerende bewoners. Omwille van privacy redenen werd een groene buffer voorzien en een verhoogde opstelling t.o.v. het eerste binnenhof. Middels een glazen verblijfsruimte is ook voor deze afdeling/patio een relatie gelegd met het Sporenpark.
De andere 3 woonafdelingen van telkens +/- 30 kamers situeren zich op de verdiepingen opgespannen tussen de eet-en zithoeken bij de dienstenvleugel en zithoeken uitkijkend over het sporenpark. De gangen worden als leefstraten uitgewerkt. De aanleunwoningen worden boven op het dak ingeplant met ruime terrassen naar het Sporenpark.

Afgestemd op de aansluitende publieke ruimtes, met oog op maximale belichting en bezonning van de interne open ruimtes, en afgestemd op de achterliggende wijk is er een differentatie in de bouwhoogtes: 4 bouwlagen langs het Sporenpark (met een terugliggende bovenverdieping om de impact te beperken), 3 langs de Stationsstraat, 2 naar de wijk en 1 intern.

Overeenkomstig de bepalingen van het verkavelingsplan wordt de gevel grotendeels afgewerkt met de baksteen die overal rond het Sporenpark voor samenhang en rust moet zorgen. Voor het teruggetrokken geveldeel op de vierde bouwlaag en achterliggend wordt geopteerd voor een lichtere plaatbekleding die meer licht moet weerkaatsen. Die terugliggende verdieping is de aanzet van een bijzonder aansluitend slangvormig volume dat toekomstige serviceflats met zorgcentrum bindt langs het sporenpark.
Kamerramen krijgen een bijzonder kader in licht beton dat de massa van de baksteen verfrist. Grotere geveluitsnijdingen met terrassen verraden de zithoeken. De uitwerking van de hoek Stationsstraat/Sporenpark zoekt de juiste link tussen ortogonaal (Stationsstraat) en gebogen (Sporenpark) en vormt een eye-catcher in de Stationsstraat.