een andere projectbenadering

Architectuur is grensstellend aan de open ruimte. Deze ruimte kan stedelijk zijn, natuurlijk of een vermenging van beide. De getoonde projecten gaan een specifieke relatie aan met die open ruimte: als baken, als grens tussen groen en steen, als bouwsteen van de stedelijke ruimte. Omgekeerd wordt het zicht op het omringende landschap vanuit die architectuur een wezenlijk element van de architecturale kwaliteit.

Om de open ruimte en het natuurlijk milieu te vrijwaren worden open plekken binnen verstedelijkte omgevingen en landelijke kernen optimaal benut voor wonen, werken, winkelen of vrije tijd. Tegelijkertijd wordt er aandacht gegeven aan de leefbaarheid van die omgevingen en kernen en de creatie van een voldoende groot draagvlak voor de noodzakelijke voorzieningen.

Publieke ruimte is niet de restruimte tussen gebouwen maar wordt gezien als een motor van stedelijk leven. Het is een plaats voor uitwisseling van goederen, informatie en cultuur, maar ook een plaats voor ontmoeting, waar kansen geschapen worden voor maatschappelijke vernieuwing. De publieke ruimte draagt steeds wisselende activiteiten, moet daarvoor de nodige middelen ter beschikking stellen en tegelijkertijd de nodige polyvalentie in zich dragen. Vooral de plaatsen waar de verschillende verkeersmodi (trein, tram, bus, wegvervoer, fiets, voetganger) elkaar kruisen hebben de mogelijkheid om die motorfunctie waar te maken.

Duurzaam en energiezuinig bouwen is steeds de basis van onze interventies. Waar onze aanpak tot 10 jaar geleden grensverleggend was (is een beetje overdreven ...), is deze door recente regelgeving en evolutie in de praktijk gelukkig gemeengoed geworden. Toch houden wij onze expertise terzake voortdurend op peil om de milieu-impact van onze gebouwen minimaal te houden.

Een samenleving is o.i. des te meer ontwikkeld te noemen naarmate zij meer rekening houdt met de zwakste groepen. Wanneer net die mensen, die het meest kans maken om uit de boot te vallen, opgepikt worden om mee te genieten van de welvaart ontstaat een ‘rijkere’ samenleving. A33 zet zich actief in om met de beschikbare middelen aan deze groepen en de ondersteuning gevende organisaties een maximale gebruikskwaliteit te bezorgen.

Een gebouw staat nooit alleen. In kwalitatieve omgevingen worden de bestaande omgevingskwaliteiten onderzocht om te dienen als inspiratiebron voor vernieuwende ingrepen. In omgevingen die om vernieuwing vragen, wordt de uitdaging aangegaan om de algemene omgevingskwaliteit op een hoger peil te brengen.

Hergebruik van het bestaande patrimonium is een duurzaam en economisch uitgangspunt: afbraak en afval wordt vermeden, er wordt bespaard op (ruwbouw)materialen. Tegelijkertijd krijgen teloorgegane stedelijke en industriële omgevingen een nieuwe toekomst en wordt er gespaard op open ruimte. Vaak behoren deze gebouwen en omgevingen tot het collectief geheugen en wensen wij deze sporen uit het verleden zichtbaar te maken en een nieuwe toekomst te geven in de wijzigende samenleving.

Sommige elementen hebben een grote architecturale en culturele kwaliteit, of zijn zeldzaam geworden, dat een grote behoedzaamheid en restauratief vakmanschap aan de dag gelegd moeten worden om deze elementen voor de toekomst te vrijwaren.

Architectuur is een bij uitstek culturele daad omdat de context voor onze maatschappelijke activiteiten voor vele jaren in ‘steen’ wordt vastgelegd. Deze daad is nooit neutraal of waardenvrij: ook de terughoudende of zogenaamd tijdloze benadering houdt een cultureel statement in.

Vanuit dit bewustzijn worden onze projecten vormgegeven zodat zij in elke context hun juiste betekenis krijgen. Vernieuwende architecturale vormgeving draagt deze kans in zich. Waar het programma of de context dit zinvol maken worden ook externe vormgevers in het project betrokken.